monument
Monumenten bepalen voor een groot deel het karakter van dorpen en steden. Daarom is het belangrijk dat ze toekomstbestendig gemaakt worden. Het streven is een afname van CO2-uitstoot van 40% in 2030 en 60% in 2040 voor rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. In dit artikel leest u meer over het verduurzamen van een monumentaal pand met uitleg over de restricties, aandachtspunten, een stappenplan voor grote energiebesparende maatregelen en een aantal slimme tips om direct aan de slag te gaan.
Tip: twijfelt u of u in een monument woont? U kunt via het Monumentenregister achterhalen of uw pand een Rijksmonument is(Open monumentenregister.cultureelerfgoed.nl in een nieuw tabblad) . Is dit niet het geval? Check dan bij de gemeente of uw pand een gemeentelijk monument is. Het kan ook dat u in een 'beschermd stads- of dorpsgezicht' woont. U kunt via deze kaart van Rijksdienst van Cultuur Erfgoed controleren of u in een beschermd stads- of dorpsgezicht woont(Open rce.webgis.nl in een nieuw tabblad) .
Er zijn verschillende voordelen van het verduurzamen van een monument.
Het inpassen van energiebesparende maatregelen in monumentale panden kan best een puzzel zijn. Er liggen namelijk restricties op het verbouwen en veranderen van het pand. Daarnaast is het vaak een uitdaging om de oude constructie en gebouwonderdelen zo te verduurzamen dat er geen vochtproblemen ontstaan of het uiterlijk te veel wordt aangepast. Het vereist daarom maatwerk en gespecialiseerd advies.
Veelvoorkomende problemen waar monumenteneigenaren mee te maken hebben bij het verduurzamen zijn:
Monumenten hebben vaak een speciale vochthuishouding. De oude en traditionele materialen en constructies die in het pand aanwezig zijn nemen gemakkelijk vocht op, wat ze ook weer kwijt moeten kunnen. Dit in combinatie met bovengemiddeld veel ventilatie (of beter gezegd infiltratie) via naden en kieren voorkomt vocht- en condensatieproblemen. De gebouwen ‘ademen’ als het ware. Om de panden goed te isoleren zijn vaak grote veranderingen nodig. Dit kan ingrijpend effect hebben op het ‘ademend vermogen’ van het pand met de risico’s van dien. Daarom is het belangrijk om isolatie en ventilatie als geheel te benaderen.
Ook voor monumentale en andere beschermde panden geldt bij het energiezuinig maken: eerst energieverbruik verminderen en daarna kijken naar de mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie. De volgorde van maatregelen is daarin heel vergelijkbaar met niet-monumentale panden. U begint met goede isolatie van de elementen van de schil (vloer, muren, glaswerk en dak) in combinatie met goede naad- en kierdichting. Daarbij moet worden gedacht aan een goede ventilatie-oplossing om voldoende frisse lucht te laten circuleren en vocht goed te kunnen afvoeren.
Het is belangrijk om het vraagstuk als totaalplaatje te zien en daar goed advies op in te winnen van een monumentenspecialist. Waar nieuwere of meer standaardwoningen vaak stap voor stap aan de slag kunnen gaan, is dat bij monumenten minder aan te raden.
Een monument verduurzamen vraagt om een ervaringsdeskundige en een slim plan van aanpak rondom isolatie en ventilatie. Dat komt omdat monumentale panden gevoelig zijn voor vochtproblemen in de historische materialen. Daarbij hebben monumentale panden vaak veel naden en kieren, waardoor vocht op een natuurlijke manier weg kan. Door beter te isoleren en goede naad- en kierdichting toe te passen, verdwijnt die eigenschap. Als er dan niet voldoende geventileerd wordt, kunnen vochtproblemen zoals schimmels en houtrot ontstaan.
Na energiebesparende maatregelen zoals goede isolatie en ventilatie is de volgende stap duurzame energie opwekken door zonne-energie. Als laatste is het belangrijk te kijken naar het vervangen van aardgas met een duurzaam alternatief.
Het is slim om met energiebesparende maatregelen aan de slag te gaan als u een restauratie of onderhoudsbeurt voor het monument op de planning heeft staan. De geplande ingrepen kunnen dan op de juiste manier gecombineerd worden met bijvoorbeeld isolatie. Zo zorgt u ervoor dat het monument toekomstbestendiger wordt terwijl u ook met kosten slim bezig bent.
De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor het verduurzamen van een monument of pand met beschermd stads- of dorpsgezicht. Om zeker te zijn van de mogelijkheden voor uw pand en de regels die daarbij gelden, kunt u het beste contact opnemen met de afdeling monumentenzorg van de gemeente.
Bij alle stappen komen er bij monumenten specifieke bouwkundige beperkingen en uitdagingen kijken. Daarnaast verschillen per gemeente de gestelde voorwaarden, regels en mogelijke beperkingen bij het verduurzamen van een monument. Gemeenten hebben vaak hun eigen richtlijnen voor onderhoudsplannen of restauratieplannen. Deze kunnen u helpen bij het maken van juiste keuzes met betrekking tot materiaal en technieken. Daarom is het verstandig om in een vroeg stadium de afdeling monumentenzorg van uw gemeente te betrekken bij de wensen en plannen die u heeft. Zij kunnen dan vanaf een vroeg stadium goed met u meedenken.
Bij monumenten zijn vaak (nog) geen energiebesparende maatregelen zoals isolatie toegepast. De geval, het dak en de vloer houden warmte vaak slecht binnen en muren en vloeren voelen koud aan. Ook kan er een oncomfortabel gevoel van tocht in huis zijn. Bij de isolatie van monumentale panden moeten regels rondom monumentenzorg gevolgd worden waarbij het historische karakter van het gebouw gehandhaafd moeten blijven. Dat geldt bij monumenten voor de binnenzijde en de buitenzijde van het pand. Bij gebouwen zonder monumentale status in een beschermd stads- of dorpsgezicht is het alleen de buitenzijde van het pand. Een nieuwe gevel tegen de buitenmuur metselen is simpelweg geen optie omdat het pand volledig van karakter zal veranderen. Het is noodzaak om daar rekening mee te houden en dit te voorkomen.
De belangrijkste uitgangspunten voor de omgang met monumenten zijn:
Deze richtlijnen geven richting aan de mogelijke isolatiemaatregelen van vloer, gevel, glas en dak. De mogelijkheden per pand zullen verschillen. Een goed overzicht van eventuele mogelijke maatregelen vindt u op de pagina Energie Besparen. Er zijn verschillende aandachtspunten om rekening mee te houden:
Zonnepanelen zijn bij een monumentale status niet altijd toegestaan. Er is altijd een vergunningsaanvraag nodig. Het verschilt per gemeente en per pand wat de mogelijkheden zijn. Een aantal zaken die plaatsing van zonnepanelen of zonnecollectoren vrijwel zeker in de weg staan:
Het is in een bepaalde gevallen wel mogelijk. Grotere kans op toekenning is als de plaatsing van de panelen wordt voorgesteld op plaatsen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en op daken met een minder waardevolle status zoals bijgebouwen of platte daken.
Handige documenten voor zonnepanelen op monumenten:
Let op! Lokaal beleid kan afwijken van landelijke richtlijnen.
Een alternatief op zonnepanelen zijn zonnedakpannen. Deze dakpannen met een eigen geïntegreerde zonnecel veranderen het aangezicht van een pand beperkt. Door deze eigenschap zouden zonnedakpannen een optie kunnen zijn voor uw monument.
Het kan zijn dat regels die nu in uw gemeente gelden voor het plaatsen van zonnepanelen op het dak van uw monument in de loop der tijd veranderen. In Amsterdam bijvoorbeeld zijn de regels aangepast in het voordeel van monumenteneigenaren. Houd dit goed in de gaten voor uw gemeente.
Er zijn op dit moment drie veelgehoorde oplossingen om een woning te kunnen verwarmen zonder aardgas. Dat zijn elektrisch verwarmen (met bijvoorbeeld een warmtepomp), aansluiting op een warmtenet of gebruik maken van groen gas. Verwarmen met een warmtepomp vereist in monumentale termen vrij radicale isolatiemaatregelen die vaak niet te behalen zijn. Deze optie wordt dan ook voor de meeste monumenten niet verwacht als het meest voorkomende alternatief. Bij een warmtenet zal de aanvoertemperatuur van het cv-water hoger liggen en is vergaande isolatie minder noodzakelijk. Dat geldt ook voor groen gas. Deze opties zullen voor monumenten meer in de lijn der verwachting liggen. Hierbij is het nog wel afhankelijk van de locatie van het monument. Een warmtenet aanleggen is duur en zal naar verwachting niet worden aangelegd in buitengebieden met weinig woningen.
Elke gemeente in Nederland heeft in 2021 plannen gemaakt voor het aardgasvrij verwarmen van de wijken en buurten in hun gemeente. Die plannen kunnen per wijk en buurt verschillen. De verschillende varianten staan hier verder toegelicht:
Verwarmen op lage temperatuur (LT) gebeurt met temperaturen van maximaal 50 graden. Elektrisch verwarmen kan op twee manieren: met een (hybride) warmtepomp of met infraroodverwarming. Infraroodverwarming is stralingswarmte en voelt net als een terrasverwarmer. Verwarmen met een warmtepomp gebeurt met water door het cv-systeem op lage temperatuur. Dit gebeurt ook bij een LT warmtenet. Met een LT warmtenet wordt water met maximaal 50 graden naar de woning vervoerd, wat wordt gebruikt voor de verwarming en het warme tapwater.
Voor verwarmen op lage temperatuur moet het warmteafgifte systeem in de woning geschikt zijn. Systemen die geschikt zijn voor het afgeven van warmte op lage temperatuur zijn vloerverwarming en laag temperatuur convectoren. Daarnaast zal op elektriciteit moeten worden gekookt. Lees meer informatie over warmtepompen. Meer informatie over infraroodverwarming vindt u hier.
Bij verwarmen op medium temperatuur (50 - 70 graden) wordt water naar de woning vervoerd wat wordt gebruikt voor de verwarming en het warme tapwater. Bij hele oude radiatoren kan het zijn dat deze moeten worden aangepast om warmte op deze temperaturen te kunnen afgeven. Er zal elektrisch moeten worden gekookt.
Bij verwarmen op hoge temperatuur (70 - 90 graden) wordt water naar de woning vervoerd, wat wordt gebruikt voor verwarming en warm tapwater. Er hoeft niks aan het verwarmingssysteem aangepast te worden. Er zal wel elektrisch gekookt moeten worden. Bij een groen gas oplossing hoeft er niks in de woning te veranderen.
Bepaal welke natuurlijke momenten er voor uw monument aan komen om met verduurzaming aan de slag te gaan: staat er onderhoud of restauratie op de planning? Dan kunt u hier het verduurzamen mee combineren.
Neem contact op met de afdeling monumentenzorg van uw gemeente om de voorwaarden die in uw gemeente gelden te achterhalen en welke bewegingsruimte u heeft.
Zoek naar een monumentenspecialist of restauratiearchitect (Open www.restauratiefonds.nl in een nieuw tabblad) die u kan helpen met het verduurzamen van uw monument. Zij kunnen u helpen met het opstellen van een integraal plan waarbij goed wordt gekeken naar alle bouwfysische eigenschappen van het pand en hoe daar het beste mee omgegaan kan worden. Een goed en compleet plan verhoogt de goedkeuring van een vergunning. Vergeet hierbij dus ook niet de afdeling monumentenzorg van uw gemeente te betrekken.
Via het Restauratiefonds kunt u een digitale gids aanvragen voor monumentaal wonen(Open www.restauratiefonds.nl in een nieuw tabblad) . Ze bieden een gids voor Rijksmonumenten en Gemeentelijke monumenten aan.
Monumenten.nl(Open monumenten.nl in een nieuw tabblad) . Website met allerhande tips en informatie over monumenten. Zowel over technische aspecten om rekening mee te houden als ook de financiering van een verbouwing.
Restauratiefonds.nl(Open restauratiefonds.nl in een nieuw tabblad) . Een fonds waar u een lening met aantrekkelijk lage rente kunt aanvragen voor verduurzaming van uw monumentale pand.
Omgevingsloket.nl(Open omgevingswet.overheid.nl in een nieuw tabblad) . Voor het checken en aanvragen van een vergunning.
De Groene Menukaart(Open www.degroenemenukaart.nl in een nieuw tabblad) . Voorlichtingswebsite met allerlei praktische verduurzamingsmogelijkheden uitgesplitst per type woning.
Toolkit duurzaam erfgoed(Open www.toolkitduurzaamerfgoed.nl in een nieuw tabblad) Een online toolkit waarmee bekeken kan worden welke maatregelen of oplossingen mogelijk zijn in de desbetreffende situatie.
Cultureelergoed.nl(Open www.cultureelerfgoed.nl in een nieuw tabblad) met veel tips over het verduurzamen van monumentale panden en een wegwijzer voor na-isolatie van historische woonhuizen(Open www.cultureelerfgoed.nl in een nieuw tabblad)
Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM)(Open www.stichtingerm.nl in een nieuw tabblad) hebben handige beslisbomen uitgewerkt voor verduurzaming van monumenten.
Om energie te besparen zijn niet altijd bouwkundige aanpassingen nodig. Er zijn tal van kleine maatregelen die u in uw monument kunt toepassen om meer comfort te krijgen en tegelijk energie te besparen.
Herstel de binnen- of buitenluiken. Een goed aansluitend luik kan aanzienlijk besparen.
Plaats radiatorfolie op de achterkant van de radiatoren. Ze voorkomen dat de radiatoren onnodig veel warmte via de buitenmuur verliezen.
Hang (liefst dikke) gordijnen op bij ramen die veel kou veroorzaken. Deze houden de warmte binnen en voorkomen een koudeval van de raampartijen.
Plaats een isolerende brievenbus of zorg dat de brievenbus afgesloten kan worden met een klep, zodat er minder toch door naar binnen komt.
Plaats een onverwarmd tochtportaal bij de voordeur en/of achterdeur om warmteverlies naar buiten te voorkomen. Is er al een tochtportaal? Bekijk dan of de naad- en kierdichting van dit tochtportaal beter kan.
Plaats drangers op deuren tussen verwarmde en niet-verwarmde ruimtes
Gebruik LED-verlichting, ze zijn in veel verschillende armaturen en lichtkleuren te verkrijgen en gebruiken maar 1/10e van de energie ten opzichte van halogeen of gloeilampen
Isoleer CV-leidingen in niet-verwarmde ruimtes
Voorzie rookkanalen van een tochtklep, zodat het rookkanaal afgesloten kan worden als deze niet meer in gebruik is.
Meer tips? De website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is uitgebreid met pagina's over ‘Energiecrisis en erfgoed(Open www.cultureelerfgoed.nl in een nieuw tabblad) ’, bedoeld voor korte termijntips om het energieverbruik te verlagen en om eigenaren en beheerders te informeren over de invloed van binnenklimaat-maatregelen op het erfgoed.
Tot slot kunt u ook ons e-book bekijken met 50 tips om energiezuiniger te wonen.
Bij een monumentaal pand denken veel mensen toch al gauw aan panden in oude binnensteden zoals aan grachtengordels of oude markten. Maar ook oude dorpskernen kunnen monumenten bevatten. Verder Ook kunnen woonboten of boerderijen een monumentale status hebben.
Er zijn verschillende soorten monumenten en bijzondere panden, waar verschillende regels voor gelden. Een monumentale woning is een pand met woonfunctie welke een cultuurhistorische of wetenschappelijke waarde heeft. Er zijn verschillende soorten monumentale woningen. Zo zijn er rijksmonumenten, provinciale monumenten en gemeentelijke monumenten. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen monumenten en woningen die een zogenaamd beschermd stads- of dorpsgezicht hebben.
Rijksmonumenten worden door de Rijksoverheid beschermd om de monumentale waarde te behouden. De monumentale waarde is vastgesteld vanwege de cultuurhistorische waarde en uitstraling van het pand. Wetgeving over Rijksmonumenten valt onder de Erfgoedwet. U kunt bij het Rijksmonumentenregister(Open monumentenregister.cultureelerfgoed.nl in een nieuw tabblad) nagaan of uw pand een Rijksmonument is. Rijksmonumenten zijn in het geheel beschermd. Dat betekent dat de binnenzijde en buitenzijde van het pand beschermd zijn.
Provinciale monumenten worden door de provincie beschermd. Er komen maar op weinig plekken in Nederland provinciale monumenten voor, namelijk alleen in de provincies Noord-Holland, Drenthe en Limburg. U kunt bij uw Provincie navraag doen om te achterhalen of uw pand een provinciaal monument is.
Gemeenten kunnen monumenten op een gemeentelijke monumentenlijst zetten als zij vinden dat een pand van plaatselijk belang is. U kunt bij uw gemeente bij de afdeling Monumentenzorg nagaan of uw woning op de lijst van gemeentelijke monumenten staat.
Een woning met een beschermd stads- of dorpsgezicht is nooit opzichzelfstaand. Een woning met een dergelijke beschermde status staat in een gebied (in een stad of dorp) met meerdere gelijksoortige panden met dezelfde beschermde status en karakteristieke uitstraling. Voor gebieden met beschermd stads- of dorpsgezicht gelden aparte regels. Het bestemmingsplan is veel gedetailleerder dan voor ‘normale’ gebieden van een stad of dorp. Panden binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht moeten aan die regels voldoen, maar niet elk pand binnen zo een beschermd gebied is ook een daadwerkelijk monument. De monumentenwet bevat ook wet- en regelgeving voor beschermde stads- en dorpsgezichten.
Een stads- of dorpsgezicht kan gemeentelijk of door het Rijk beschermd worden. Er is dus onderscheid te maken tussen gemeentelijk beschermde stads- en dorpsgezichten en Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Woningen die zich in beschermd stads- of dorpsgezicht bevinden maar geen monument zijn moeten voldoen aan specifieke welstandscriteria en bestemmingsplannen voor het gebied waar ze in staan. Vaak betekent dit dat delen van de woning die vanaf de openbare ruimte zichtbaar zijn, beschermd zijn en niet zomaar veranderd mogen worden.
Naast monumentale panden bestaat er ook mobiel erfgoed. Dat zijn bijvoorbeeld historische vervoersmiddelen. De reden dat het hierbij staat, is omdat historische woonschepen ook een monumentale status kunnen hebben.
Wij helpen u graag. Ons team zit voor u klaar op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.30 uur.